Onze visie

Ons beeld van de leerling
De leerling is een ontwikkelend (=lerend) mens die:
• Zich wil ontwikkelen als denkend sociaal wezen
• Bewust wil worden van beïnvloedingsprocessen en maatschappelijke fenomenen
• Een moreel kompas wil ontwikkelen
• Zich bewust wil worden van zijn invloed op de omgeving
We willen dat leerlingen zich ontwikkelen tot burgers die in staat zijn hun verantwoordelijkheid in onze samenleving te nemen. We zien het als opdracht van de school hen hierin te op te voeden en te onderwijzen.

Onze pedagogische benadering
Leerlingen van het Norbertus Gertrudis Lyceum zijn doorgaans tussen de 11 en 19 jaar oud. Dat betekent dat we te maken hebben met adolescenten. We ontlenen onze visie op de adolescent aan Jelle Jolles .
We gaan uit van onderstaand schema met kenmerken van de adolescentie:

We vinden het belangrijk om de leerling te kennen: zijn achtergrond, hoe hij cognitief en psychosociaal functioneert, hoe zijn eerdere levens- en leerervaringen zijn huidige functioneren beïnvloeden. Daarnaast weten we dat de hersenen tijdens de adolescentiefase grote en intensieve veranderingen doormaken. De rijping loopt door tot ongeveer 25 jaar. De executieve functies ( die ervoor zorgen dat leerlingen goed kunnen presteren) komen pas in de midden en late adolescentie tot volle wasdom. Bij deze functies kan gedacht worden aan het stellen van leerdoelen en evalueren, het ontwikkelen van zelfinzicht dat nodig is gericht en gemotiveerd met huiswerk bezig te zijn, het ontwikkelen van vaardigheden die helpen om een positie in te nemen, plannen te maken en eigen gedrag te ontwikkelen.

Wij vinden het onze taak om de leerling in staat te stellen executieve functies te ontwikkelen door ervaringen te laten opdoen en deze te volgen. Door complexere vaardigheden te stimuleren, brengen we  deze ontwikkeling op gang: zelfinzicht leidt tot zelfstandigheid. Een leerling die zelfstandig leert, verricht planmatig simpele tot zeer complexe handelingen, stelt daarbij prioriteiten en beoordeelt mogelijke sociale en emotionele consequenties.

Onze visie op leren en de bijhorende didactiek

Leerlingen leren:
 “Door actief bezig zijn worden leerinhouden in het kennissysteem van de leerling opgenomen. Leren voltrekt zich langs vijf dimensies”
(Marzano en Miedema)


Leren is een actief proces dat bestaat uit onderling afhankelijke, samenhangende manieren van denken: de vijf dimensies:
• Motivatie: de leerling heeft een positieve houding ten opzichte van de school.
• Nieuwe kennis verwerven en integreren. Hier speelt oefenen een grote rol.
• Bestaande kennis verbreden en verdiepen.
• Onderzoek doen: de leerling kennis in levensechte situaties toe.
• Reflectie: op het leerproces, bewust worden van wat je aan het doen bent.

Om te kunnen leren moet aan drie aspecten voldaan worden. We duiden deze aan met de ABC-vitamines

Autonomie: gaat over invloed kunnen hebben op het eigen leerproces. De leerling heeft het gevoel dat hij zelf echt wat te kiezen, te mogen en te willen heeft:  ‘ik mag iets’
Sociale relatie (ook wel Binding genoemd): gaat over zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen. De leerling ervaart en voelt dat de docent hem respecteert, kent en ziet: ‘ik hoor erbij’
Competentie: gaat over: vertrouwen hebben in eigen kunnen. De leerling voelt vertrouwen van de docent in de eigen mogelijkheden en talenten:  ‘ik kan iets’

Daarom zijn de volgende aspecten van belang:
• Leerling moet inzicht krijgen in zijn proces van leren. Dat kan het best in een permissieve of motiverende leeromgeving, met een duidelijke en open structuur.
• Het is van belang dat de leerling heel duidelijk weet wat hij vóór, tijdens en na de les moet doen. Dan zal het hem beter lukken om zelf keuzes te maken en de goede dingen te doen.
In ons onderwijs gaan we hiervan uit.