Veilig schoolklimaat, zorg en ondersteuning

De mentor als spil
Een veilig klimaat begint bij een klimaat waarin de leerling gekend en gezien wordt. Hiervoor is het nodig om de driehoek: ouder—leerling—school stevig te verankeren. Onderwijs is niet alleen een zaak van leerling en docenten, maar ook van ouders. Alle partijen: leerling, school en ouders zijn nodig en werken samen om de schoolloopbaan tot een succes te maken. Een goede communicatie tussen school en ouders is daarom heel belangrijk.
De mentor is vanuit de school de centrale persoon voor de leerling. De basisondersteuning voor de leerling wordt door de mentor gecoördineerd.
Daarnaast wordt een veilig schoolklimaat gekenmerkt door duidelijke normen en waarden met daarbij passende afspraken, regels en omgangsvormen.  Deze gelden voor de leerlingen en de medewerkers.
De mentor volgt de leerling in zijn prestaties maar is ook gericht op de sociaal-emotionele ontwikkeling en de competentieontwikkeling van de leerling. Hij kent de leerling en diens ouders, investeren in de relatie met de leerling en zijn ouders, zodat de leerling de begeleiding krijgt die hij nodig heeft en tijdig gesignaleerd wordt als het niet goed gaat.

De mentor start met een startgesprek met de ouders en de leerling. Daarnaast heeft hij in een schooljaar ongeveer 2-3 individuele gesprekken met elke mentorleerling en veel geeplande groepsbijeenkomsten.

Vakdocenten; op de hoogte en handelingsbekwaam
Docenten besteden binnen de lessen (zowel de vaklessen als de vakoverstijgende lessen) aandacht aan de individuele leerbehoeften van de leerling. Daarnaast is iedere docent medeverantwoordelijk voor de invulling van een veilig klimaat op het Lyceum.

De leerjaarcoördinator
De leerjaarcoördinator is op de hoogte van alle leerlingen in zijn afdeling. Hij is het eerste aanspreekpunt voor de mentor. Waar nodig wordt de leerjaarcoördinator betrokken bij te zetten stappen en acties. De leerjaarcoördinator organiseert in samenspraak met de mentor klas- en leerlingenbesprekingen indien nodig.

Het zorgteam:
Het zorgteam bestaat uit de zorgcoördinator, zorgconsulent, assistent leerlingen en BPO (Begeleider passend onderwijs)
en werkt ter ondersteuning van de mentoren, vakdocenten en leerjaarcoördinator. Het zorgteam geeft handelingsadviezen, is op de hoogte van alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De begeleiders en de zorgcoördinator hebben regelmatig overleg, met als doel de ondersteuning van de leerlingen zo optimaal mogelijk vorm te geven.

Extra ondersteuning voor leerlingen die dat nodig hebben:
We hebben in het rooster voorzien in extra ondersteuning. Dat doen we door het inroosteren van twee VVV-uren. Hier krijgen leerlingen ondersteuning: een vorm van remediale hulp binnen de geroosterde uren Versteviging, verdieping-verrijking. Hierbinnen wordt aangeboden: RH-rekenen, wiskunde, begrijpend lezen, spelling en grammatica, begrijpend lezen bij de zaakvakken, motorische remedial teaching, remediale hulp bij moderne vreemde talen

Daarnaast biedt de school:
1. Faalangstreductietraining en examentraining voor leerlingen met lichte faalangst
2. Faciliteiten voor hoogbegaafde leerlingen:
a. leerlingen die (in kalenderleeftijd) jonger zijn dan de overige leerlingen uit hun leerjaar krijgen de gelegenheid deel te nemen aan de begeleidingsgroep jonge leerlingen;
b. De docenten  kunnen tijdens de rapportbespreking een hulpvraag formuleren voor hoogbegaafde leerlingen, met name als  de resultaten achterblijven bij de verwachtingen. Bij een hulpvraag van de docenten wordt in samenspraak met de zorgcoördinator gekeken of een leerling in aanmerking komt  voor onderpresteerdersbegeleiding door  één van de coördinatoren begaafdheidsonderwijs.
c. Het heeft de voorkeur om onderpresterende leerlingen in groepsverband te begeleiden (een groep onderbouwleerlingen en een groep bovenbouwleerlingen). Alleen als dat roostertechnisch niet mogelijk is kan er ook individueel begeleid worden.
3. Faciliteiten conform dyslexieprotocol voor leerlingen met dyslexie.
4. Faciliteiten conform dyscalculieprotocol voor leerlingen met dyscalculie.
5. Faciliteiten conform protocol extra tijd voor leerlingen die meer tijd nodig hebben door andere oorzaken
6. Faciliteiten voor leerlingen met waarnemingsstoornissen conform leerlingen met dyslexie.
7. Counseling van maximaal drie gesprekken voor sociaal-emotionele ondersteuning.
8. Extra taallessen voor NT2-leerlingen
9. Groepsbijeenkomsten voor leerlingen met andere culturele achtergrond
10. Motorische remedial teaching
11. Faciliteiten voor topsporters of culturele talenten
12. Een ondersteuningsruimte waar kinderen die even teveel aan prikkels hebben hun rust kunnen nemen.

Als uit de leerlingbespreking of uit bespreking in het zorgoverleg blijkt dat dit gewenst is kan het zorgteam observaties uitvoeren in de klas waarna handelingsadviezen aan de docenten worden gegeven.
De assistent leerlingen bemenst de ondersteuningsruimte waar leerlingen prikkelarm kunnen werken en eventueel toetsen kunnen maken als ze recht hebben op tijdsverlenging.

Anti-pestprotocol, rol antipestcoördinator
In het anti-pestprotocol is vastgelegd wat de school doet aan het voorkomen van pesten en hoe pesten op school aangepakt wordt. Naast het besteden van structurele aandacht aan het klimaat in de klas en de onderlinge relaties, wordt in de week tegen pesten door de mentor aandacht besteed aan pesten en de gevolgen hiervan. Samen met de klas wordt besproken wat geldende normen en waarden zijn en worden afspraken gemaakt over de omgang met elkaar. Deze afspraken worden in een anti-pestcontract vastgelegd. Dit contract vormt samen met en een lessenreeks over pesten  de basis voor het actief werken aan een veilig klimaat waarin pesten onacceptabel is. Wanneer er pestsituaties voordoen wordt gewerkt volgens de vijfsporenaanpak, waarin de mentor en de leerjaarcoördinator  het eerste aanspreekpunt voor de leerling zijn. Hierbij wordt steun geboden aan de jongere die gepest wordt en aan de pester. De middengroep en ouders worden betrokken bij het pesten. Wanneer er sprake is van een aanhoudende negatieve groepsdynamica, kan er voor gekozen worden een interventie in de klas in te zetten om de sfeer te bevorderen.
De anti-pestcoördinator (een van de leden van het zorgteam) is op de achtergrond betrokken. Hij is een aanspreekpunt voor mentor en de leerjaarcoördinator,  maar kan ook met leerlingen en ouders in gesprek gaan bij escalatie van het pestgedrag en wanneer het pesten het klassenverband overstijgt. Daarbij is het de verantwoordelijkheid van de anti-pestcoördinator om de mentoren en leerjaarcoördinatoren  te voorzien van anti-pestlessen, activiteiten om de groepsdynamica in een klas te versterken, informatie en handelingstips. De anti-pestcoördinator neemt deel aan het kennisnetwerk van anti-pestcoördinatoren binnen Ons Middelbaar Onderwijs.